Buitenspelen

We laten de kinderen uit groep 1/2 dagelijks minimaal 40minuten buitenspelen. Hieronder een mooie omschrijving waarom we als school zoveel waarde hechten aan het buitenspelen.

Buitenspelen is in contact komen met de natuur, omgaan met een vrije situatie waarin je met anderen in contact komt en vaak samen een activiteit onderneemt. Het is de plek waar de basis ligt voor het oefenen van sociale vaardigheden. Bij buitenspel leert het kind als het ware uit zichzelf, het initieert zelf of met anderen een activiteit, waardoor de betrokkenheid groot is. Voor het onderwijs is dit een belangrijke boodschap omdat hieruit blijkt hoe groot het belang is van het aansluiten bij de interesses en de belevingswereld van kinderen.

Buitenspelen is gezond en een rijke omgeving daagt uit tot intensief verkennen en bewegen. Daarnaast leidt het tot behendigheid. Kinderen leren balanceren, springen, kruipen, ontwijken, klimmen, hangen, zwaaien, etc. En dat zonder concrete instructie! Het kind leert zelf zijn of haar eigen (on)mogelijkheden inschatten, wat weer zorgt voor minder ongelukken (van de Broek 2011).

Daarnaast is de buitenomgeving aanleiding om te onderzoeken, samen te spelen, te verzamelen en te exploreren. Het gebruik van alle zintuigen komt hierin terug. Martine Delfos (2004) geeft aan hoe groot het belang is om kinderen met elkaar te verbinden, omdat we daar de basis leggen voor sociaal adequaat handelen. Kinderen zien school als een plaats waar zij leeftijdsgenoten ontmoeten. Buiten leer je sociale vaardigheden door te verkennen en te exploreren maar ook door ‘doe alsof’ situaties.

Terug naar overzicht